LIJN 26
Verslag van 12 tramritten in Amsterdam. Dit is de laatste.
Centraal Station - IJburg
20 juli 2020
De laatste.
Het is allemaal anders gelopen dan gedacht. (Dat zou ook zomaar op mijn grafsteen kunnen staan.) In eerste instantie dacht ik binnen een maand wel klaar te zijn met dit project. Door ziekte, het schrijven van een ander boek (met treinen), kinderen opvoeden en andere belangrijke zaken duurde het meer dan een jaar. Daardoor is het wellicht wat fragmentarischer dan ik had gewild.
Maar goed, ik ben nu op de pont die vanaf de NDSM-werf vertrekt en ik blijk de verkeerde pont te hebben genomen, deze steekt zeg maar recht over, en nu moet ik nog een stukje fietsen naar Centraal. Niet getreurd, het is mooi weer. En de tijd is aan mijn zijde.
Ik parkeer de fiets in het fietsenrek. Wonderwel kreeg ik de fiets op het bovenste rek, dat lijkt me toch niet voor iedereen weggelegd. Ik zie het mijn moeder niet doen, alhoewel dat misschien een verkeerd voorbeeld is, want ik zie haar weinig meer doen.
Via de nieuwe fiets- en voetgangerstunnel loop ik naar de voorzijde. Ik maak een foto en ik zie dat het verschil tussen een spiegelreflex en een foto met een mobiel steeds kleiner wordt.
Centraal is nog steeds een puinhoop. Ik loop aan de voorzijde. De wietwalm is nogal stevig vandaag.
Het tramstation is er niet meer, zie ik. Ik ben de trams altijd kwijt, zal het plaagalgoritme wel weer zijn.
Ik moet weer terug naar de achterzijde, zo blijkt. Gelukkig heb ik nu meer tijd om mijn zonden te overdenken.
De drukte is pre-corona, er staat een file onder de brug.
Ik ben in lijn 26. Druk! Hemeltjelief. De omroepster roept stamelend om dat ze respect heeft voor iedereen die een mondkapje draagt ook al is het verplicht. Het is te druk, zegt ze. Een jongeman achterin wordt gesommeerd het kapje over zijn neus te dragen, anders moet hij eruit.
Kattenburgerstraat. Ik woonde daar vlakbij, kortgeleden, met mijn gezin. Gelukkig geen tranen vandaag.
Vlak voor me zit een donker meisje dat druk bezig is met haar telefoon. Ze draagt spijkerkleding. Op haar linkerknie gaapt een enorm gat. Ik zie haar bruine knie en wat haar.
We rijden nu als een metro, ondergronds.
Zuiderzeeweg. Een grote P+R plek. Velen stappen uit.
Verderop zit een meisje met paars haar.
Voor me is een man gaan zitten met een pet op. Zweet kleeft aan de randen. De bandjes van het mondkapje zitten over de pet heen.
Bob Haarmslaan. Is dat die Ajax-man?
Kriterion benzinepomp. Een vriend maakte mij een keer op attent dat die pomp van dezelfde organisatie is als bioscoop Kriterion. Allebei gerund door studenten.
Een mevrouw naast me heeft een zwarte tas met opdruk: 1e van Swindenstraat, waar ik niks van snap.
We passeren die fraaie brug, ook wel tietenbrug genoemd. Ik heb er ooit een clip mee gemaakt met muziek van de Beasty Boys.
IJburg. De blinde darm van Amsterdam.
Lumièrestraat. Doet me denken aan de zomergast van gisteravond: Typhoon. Rare destructieve naam voor zo’n aardige opbouwende jongeman.
Ik sta nu bij het eindstation, IJburg geheten, en ik ben in dubio waar naartoe te lopen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik er was met mijn moeder en zus, lang geleden. Toen de bomen nog boompjes waren.
Ik ga met een boog richting Blijburg, heb ik besloten. Misschien kom ik nog wat foto’s tegen.
Het is jammer dat mijn zoontje niet bij me is, die had dat enorme grasveld met speeltuin fantastisch gevonden. Het oogt als een gigantische binnentuin.
Ik zie een moeder die iemand kwijt is. Ze is niet in paniek. Ik zoek oogcontact met haar, maar ze loopt steeds weg.
Ah, nu zie ik waarom ze niet in paniek was, ze speelde verstoppertje met wat kinderen! Ze staat nu tegen een boom af te tellen. Dat zouden mensen vaker moeten doen, om enigszins weer in het reine te komen met de waan van de wereld. Of het kind in jezelf.
Ik sprak net een mevrouw die me vroeg waarom ik een foto maakte van de portiek. Ik legde uit dat de reflectie van de boom mooi was, vandaar. Zij vertelde dat ze bericht had ontvangen dat er de laatste tijd veel ingebroken wordt en dat de dieven vaak eerst op onderzoek gaan en ook foto’s maken. Waarom weet ik niet precies, maar ze geloofde meteen dat ik geen inbreker was.
Aardige vrouw, ik vertelde haar nog over dit boek. Ze wenste me succes.
Ik ben bij de rand van IJburg aanbeland, een rand van Amsterdam, maar beslist niet rafelig. Er is een meertje, of plas. Jongens zwemmen bij een sluis. Ze duiken vanaf de rand erin. Ik blijf een tijdje naar de jongens kijken. Een meneer kijkt van driehoog in mijn richting. Om mezelf niet verdacht te maken, maak ik geen foto’s en loop weer door.
In een straat verderop stuit ik op een groepje kwetterende mussen. De meeste vliegen de dichtstbijzijnde boom in, waar nog meer soortgenoten zitten. Ik wil er nog een foto van maken maar ik ben te langzaam, ze vliegen alweer weg. Het is lang geleden dat ik zoveel mussen bij elkaar zag. Bij het oude huis zag ik meer parkieten dan mussen.
Blijburg. Het eerste stadsstrand van Nederland is niet meer. In 2018 zijn ze ermee gestopt zie ik op mijn telefoon.
Ik loop langs de Deen, supermarkt, en zie een dame in roze joggingbroek en zwaar opgespoten lippen, alsof er een zwerm bijen in geprikt heeft. Even daarvoor kwam een meisje voorbij met gekochte borsten.
De hamvraag is echter: ga ik in de buurt nog wat drinken dan wel eten?
Ja. Ik zit bij Sunny, in de schaduw. Ik moest bij de vorige zin denken aan het boek Schrijver van Karl Ove Knausgård waarin hij poëzie bespreekt. Irritant goed boek, want hij schrijft steeds dat hij niet goed (literair) kan schrijven en ondertussen houdt hij je voor het lapje en ben je alweer 5 pagina’s verder met allemaal rake zinnen waar geen speld tussen te krijgen is.
Ik kan echt voor geen meter schrijven. Ik ben daar tenminste eerlijk in.
Een verliefd stel loopt voorbij, ze houden elkaar stevig vast. Hij kust haar hoofd heel lang. Een auto parkeert voor mijn neus en een oude dame en twee kinderen stappen uit, alledrie bloedchagrijnig.
Ik bestelde een biertje en heb een pul gekregen met IPA bier. Zal ik de dame daarop aanspreken, want dat had ik niet besteld, of gewoon opdrinken en straks een Leffe Blond bestellen? Het is trouwens kwart voor zes en ik ga zalm bestellen als u het niet erg vindt. Met rijst. Zal me benieuwen.
Al met al lijkt me het niet slecht wonen op IJburg. Het heeft wel een ziel gekregen in de loop der jaren en het heeft wel wat weg van bijvoorbeeld Java-eiland. Niet het echte Java natuurlijk, maar dat in Amsterdam-Oost.
Ben vergeten het te melden van de IPA trouwens. Ze lachte aldoor zo breeduit dat ik het kennelijk vergat.
Een busje parkeert even verderop en een hele Indiase familie stapt uit, compleet met oma en kleinkinderen, donkere zonnebrillen, gele en rode hoofddoeken en een rollator. Die rollator wordt gebruikt door een kleinkind dat nauwelijks kan lopen. En de oma’s dragen de zonnebrillen. De chauffeur, met een buikje, steekt een sigaret op.
Ik vergat nog te melden dat in de auto van de chagrijnige brigade nog steeds iemand zit, een vrouwelijke bestuurder. Terwijl ik het schrijf, start ze de motor en komen de chagrijnen weer aangewaggeld.
De zalm was lekker, al miste ik wat knapperige knoflook. Die IPA heb ik laten zitten en ik lurk nu aan een Leffe Blond.
Een meisje stapt in een dikke BMW met drie pizza’s op haar schoot. New York pizza’s. Ze heeft bijna een ladder nodig om binnen te komen.
Ik zit nog steeds met de vraag of de mens van nature deugt, vanwege Typhoon. Hij had het over de vrijheid om jezelf te kunnen zijn, bevrijd van alle mogelijke boeien. Maar er zijn ook mensen die je niet alle vrijheid moet toestaan, lijkt me, omdat ze niet deugen. Machtswellustelingen bijvoorbeeld, of narcisten. Ik zou ook kunnen zeggen, niet iedereen deugt, laat ik daarmee volstaan. En ik zou me af kunnen vragen of ikzelf wel deug, maar dat doe ik niet (dat afvragen bedoel ik, niet het deugen, want ik deug natuurlijk, want mensen die zich belangrijke dingen afvragen, deugen over het algemeen, dat weet iedereen).
Een vader rent voorbij met twee kleine kinderen en een bal. Die man deugt zeker, op het eerste gezicht.
Ik moet nog terug, laat ik dat niet vergeten.
18:54 en ik ben op het perron van de Lumièrestraat. Over 1 minuut komt de tram.
Tjonge. Net op mijn laatste rit belt mijn moeder en daardoor heb ik dus geen verslag gedaan van wie er allemaal in de tram zit en waar we zijn (vlak voor de Piet Heintunnel). Dat zeg ik ook tegen haar. We hadden het over een huurwoning waar ik 2e voor sta. En over een auto die mijn broer wil kopen, een Citroën CX. Woensdag is mijn neef jarig, dan zien we elkaar weer en praten we er verder over, zo beëindigde ik het gesprek.
Nog drie haltes! Kattenburgerstraat, Bimhuis en Centraal.
Mijn moeder merkt op dat de tram nogal piept, wat inderdaad klopt.
Naast me zegt iemand, als we Centraal naderen, dat het mooi is geworden, het gebied bij Centraal. Zo is het. Dat IJ is echt onbetaalbaar.
Ik stap uit en loop richting de fiets aan de andere zijde.
Drie meiden met skateboards komen van links uit CS gezet en zeilen mij voorbij. De laatste schampt me bijna en roept met een lief stemmetje en een brede glimlach: sorry!


